Sometimes in life you’ve got to be Gregory Colbert

I have been tusked by an elephant, almost eaten by a sperm whale, knocked off my feet by a rhinoceros, embraced by a jaguar, given a haircut by a tiger shark, chased by a hippo and a black mamba, brought to my knees by malaria and dengue. But I was able to avoid the greatest danger of all. Never stop exploring the things that open you, or that you love.

Een quote van Gregory Colbert, een mens waar ik graag naar opkijk. De Canadees is een fotograaf en filmmaker, gespecialiseerd in natuurdocumentaire. Ashes and Snow is zijn bekendste werk. Tien jaar lang trok hij door Indië, Birma, Sri Lanka, Egypte, Dominica, Ethiopië, Kenia, Tonga, Namibië en Antartica om er de speciale band tussen mens en dier vast te leggen. Zijn site en Facebook voor meer info en hieronder een selectie uit zijn werk. Van een droomjob gesproken.

Sometimes in life you’ve got to be a pink movie

Japan is een land dat me altijd al geboeid heeft. Vooral de manier waarop het traditionele (samurai, cultuur, …) gemengd wordt met het hypermoderne (technologie, werksfeer, steden …). En uiteraard ook uit nostalgische overwegingen. Ik verslond zowat alle manga comics, hele reeksen manga-series en later ook de films. Daarnaast leerde ik in de judo wat basis Japanse cultuur en taal.

Toen @nonunsenses me twee kaartjes voor het Japans filmfestival in Studioskoop voorschotelde, was ik ook in de zevende hemel. Underwater Love stond op het programma. Hieronder zie je de trailer.

Regisseur Imaoka brengt hier immers een pittig low-budget festijntje over seks met waterwezens, ware liefde en de absolute noodzaak om af en toe eens synchrone dansjes uit een andere dimensie uit te voeren. Het scenario, dat mede door Japan Square lieveling Tom Mes werd geschreven, is eenvoudig: visfabriekarbeidster Asuka trouwt binnenkort met haar baas maar ontmoet plots een kappa (mythologisch waterwezen) die de reïncarnatie van haar verloren gegane eerste liefde Aoki blijkt te zijn. De liefde tussen hen lijkt evenmin gekoeld en wordt ook vaak op expliciete wijze geconsumeerd in deze prent die zowel pink als musical is. (bron: studioskoop)

Juist. Een welgemeende what the f*ck is hier zeker gepast. De film past in de categorie ‘pink movie’, een redelijk bekend genre in Japan. Deze vorm van softerotische films duurt normaal gezien exact een uur – eveneens de lengte van de middagpauzes in Japan- en mag volgens de regels één derde erotiek bevatten. Wat er met de rest van de tijd gebeurt, ligt volledig in handen van scenaristen en regisseur. En zo worden softpornografische musicals geboren natuurlijk. De regels dat de film op 16mm of 35mm en met een beperkt budget en binnen de week moet geschoten worden, zorgt natuurlijk voor een nog gekker resultaat. Veel regisseurs en acteurs/actrices gebruikten het genre als een stepping stone.

In de film speelt trouwens een Kappa mee. Nog zoiets dat me mateloos boeit aan de Japanse cultuur; al hun mythische wezens. De Kappa, letterlijk rivierkind, is een watermonster uit de categorie Yõkai. Doorgaans ziet hij eruit als een mengeling van mens, aap, schildpad en eend. Ze leven in vijvers en rivieren, zijn uitstekende zwemmers en hebben een met water gevulde holte op hun hoofd. Dit is ook hun zwakke plek. Als de holte uitdroogt of leegloopt verliest een Kappa een groot deel van zijn kracht en kan hij zelfs sterven. Jezelf verdedigen kan dus door een buiging te maken voor de Kappa. Beleefd als hij is, zal hij terug buigen en zo een deel van het water op zijn kop verliezen.

Kappa vallen graag mensen lastig. Hun gedrag varieert van relatief onschuldige grappen zoals hardop winden laten tot erger gedrag zoals het stelen van voedsel of ontvoeren van kinderen. Volgens verhalen zouden kappa zich zelfs voeden met kinderen die zich te dicht bij het water begeven en met de ingewanden van mensen die gaan zwemmen op plekken waar Kappa leven. Deze verhalen werden vooral vroeger gebruikt door ouders om te voorkomen dat hun kinderen zonder toezicht bij (diep) water zouden gaan spelen. Zelfs vandaag de dag zijn bij sommige vijvers en rivieren waarschuwingsborden geplaatst om mensen voor kappa te waarschuwen.

Ze zijn ook vaak nieuwsgierig naar de menselijke beschaving. Dit leidt ertoe dat ze soms mensen uitdagen tot verschillende vaardigheidstesten zoals sumoworstelen. Ze kunnen in bedwang worden gehouden met komkommer, het enige voedsel waar ze meer de voorkeur aan geven dan aan mensenvlees. Door ze komkommers te geven kan men kappa zelfs klusjes laten opknappen zoals het irrigeren van het land. Sinds ik Underwater Love zag, weet ik trouwens ook hoe hun geslacht eruit ziet… Geen idee of ik daar nu blij om ben.

Sometimes in life you’ve got to be the Art of Flight

Ik haat winters. Maar echt diepgegronde haat. Was de winter een vrouw, ik zou ze sowieso niet doen. Straten worden nog grijzer dan ze al zijn, mensen dragen te veel kleren, te weinig zonlicht waardoor en nog meer ochtendhumeuren. Enige voordeel is dat het snowboardseizoen er weer zit aan te komen. Booya! Dus ’t is de moment om wat inspiratie op te doen. The Art of Flight bijvoorbeeld. De nieuwste snowboardfilm van Red Bull. Gekkenwerk! Zotte HD-beelden, fantastische views en gekke tricks.

En mijn snowboard moet ook gewaxt worden, maar deze dame zag dat alvast zitten.

Sometimes in life you’ve got to be a surf movie

Om nog wat na te mijmeren over onze roadtrip heb ik nog eens wat surffilms van onder het stof gehaald. Bij deze geef ik je graag mijn drie favorieten mee. Ik heb het niet zo voor de droge films met veel powermoves enz. Mooie beelden, muziek, oog voor het land en het reisaspect, dat vind ik belangrijk.

The Endless Summer

We vangen aan met mijn all time favorite. The Endless Summer is een surfdocumentaire uit 1967. Bruce Brown is de heer en meester in de regiestoel. Hij volgt Mike Hynson en Robert August op hun zoektocht naar de beste surfspot op deze planeet. De documentaire zit boemvol humor, ontroerende beelden, prachtige landschappen en deftige muziek. Ze wordt vaak als de pionier van de surffilms gezien. Ook de vervolgfilms mogen er zijn. Beste stuk: Afrikanen die nog nooit een surfer gezien hebben, breken hun huizen af om golven te berijden op hun voordeur.

Thicker Than Water

Een surffilm geregisseerd door Jack Johnson en Chris Malloy. De nadruk hier ligt op mooie, dromerige beelden en gitaarmuziek. Denk maar aan het fantastische nummer van The Voyces. De soundtrack-cd gaat steevast mee op reis. Geen harde competitieve surf maar veel freesurf in een heel pakket aan landen.

Castles in the Sky

Een bijzonder mooi reisverhaal gemaakt door Taylor Steele als vervolg op Sipping Jetstreams (ook een pareltje). Wondermooie beelden, warme kleuren, een fantatische soundtrack met ondermeer Years Around the Sun en goeie surfactie. De bestemmingen en culturen zijn heel belangrijk in deze en het 16mm formaat giet er een serieuze nostalgische saus over.